Mensen van vroeger

Iedereen heeft ze, en naarmate je ouder wordt, krijg je er waarschijnlijk meer: mensen van vroeger. Mensen van vroeger zijn niet per se mensen die er niet meer zijn – vaak gelukkig niet – maar doorgaans mensen die je niet meer ziet of spreekt. Mensen zoals buren uit je kindertijd, mensen bij wie je wel eens in de winkel kwam, maar nu niet meer, of mensen met wie je nog gestudeerd hebt.

Het bijzondere aan het zien van mensen van vroeger, zit in het eerste moment van herkenning: je herkent een oude vriendin of collega, en realiseert je gelijkertijd dat je geen idee hebt wat er van deze persoon geworden is. Waar maakt hij zich op een dag als vandaag druk om? Wat is de eerste handeling die zij verricht als ze zometeen thuiskomt? Lees verder

Vrije tijd

Vrije tijd vraagt om een speciaal talent. Veel mensen ontberen dat talent, maar weten het gemis niettemin goed te verhullen. Mijn moeder ging in haar vrije tijd altijd veel schoonmaken. Ze had al jaren een toegewijde schoonmaakster, maar het was volgens mijn moeder naief om te denken dat dit voldoende was. Dus stond ze zelf nog ’s avonds na haar werk of in het weekend te stofzuigen, plankjes af te nemen of de was op te vouwen. Had ze maar wat vrije tijd, verzuchtte ze soms. Dit slavenbestaan zou haar nog eens nekken. Het was telkens weer een buitengewoon aanstellerige vertoning, maar op dat moment voor haar waarschijnlijk de minst pijnlijke manier om met het probleem van vrije tijd om te gaan.

Goed omgaan met vrije tijd is moeilijker dan vaak gesuggereerd wordt. Tijdens het werken vragen mensen elkaar naar hun vakantie en als ze in deeltijd werken voegen ze toe dat ze op woensdag altijd ‘lekker vrij’ zijn. Maar zo lekker is dat helemaal niet. Zodra we het kantoor, het magazijn of de winkel verlaten, slaat een vernietigende leegte ons om de oren. De vermaakindustrie maakt hier dankbaar gebruik van. Er zijn eindeloos veel manieren om de tijd op te vullen, om een ‘gezellige’, ‘ontspannende’, of juist ‘enerverende’ tijd te hebben. En even dankbaar grijpen we die mogelijkheden aan, als is het maar ‘om de ervaring’, een houding van relativisme die zelfs de meest nutteloze bezigheden nog kan rechtvaardigen. Lees verder

Oude onbekenden

In de verte zie ik Bernard staan. “Hallo!” roep ik. Hij kijkt op, kijkt me aan, maar zegt niets. “Ha!” roep ik en ik loop naar hem toe. Hij blijft me aankijken. Ziet hij niet wie ik ben? Misschien is hij wat bijziend geworden. We hebben elkaar ook al een tijd niet gezien. Misschien wel een heel jaar niet. Dan glimlacht hij. Maar het is geen herkenning, zie ik gelijk, hij doet alleen beleefd. Oh nee, hij weet niet meer wie ik ben.

“Ha,” zeg ik nog maar eens, maar nu met enige weerzin. Vlak voor hem blijf ik staan. “Ja, hallo,” zegt hij. Lichte verwondering in zijn blik en stem. Wie is dit, zie ik hem denken. Maar hij houdt zich staande. Wat moet hij anders? Hij gaat niet openlijk toegeven dat hij me vergeten is. Het wordt doen alsof. Naast hem staat een kleine vrouw. Ze kijkt wat verstoord naar me op. “Hallo,” zeg ik nu ook tegen deze vrouw. Wie is dit, denkt ook zij. Maar in haar geval lijkt het me gerechtvaardigd.

“Dit is Doenja,” zegt Bernard. Met tegenzin steekt de vrouw haar hand naar me uit. Ben ik het zoveelste vluchtige contact in haar leven? “Winnifred,” zeg ik en mijn blik dwaalt terug naar Bernard. Valt het kwartje, nu hij mijn naam hoort? Bernard kijkt me rustig, maar onderzoekend aan. Nee.

“Lekker op stap?” vraag ik zonder dat ik echt het antwoord wil weten. Laat ik hier voor ons allemaal zo snel en behoedzaam mogelijk een eind aan maken. “Ja, ja.” zegt Bernard. “Ik ook. Vakantie. Heerlijk hoor,” zeg ik snel. “Nou, veel plezier nog,” bij wijze van afronding en ik wil verder lopen. “Ga je naar huis?” vraagt Bernard dan ineens. Ik kijk terug. Heeft hij…? Nee, hij speelt het spel gewoon goed mee. Hij heeft nog steeds geen benul. “Ja, inderdaad, naar huis,” zeg ik, “Dag hoor!” Gedecideerd loop ik weg.

Kringen rond het werk van Søren Kierkegaard

Linksom of rechtsom, Kierkegaard is eropuit zijn lezer te raken. Hoe ben je er midden in je dagelijkse bestaan? Durf je het aan om denken en doen niet van elkaar los te koppelen? Kierkegaard wil vragen oproepen met de bedoeling dat je, als de enkeling, bij jezelf terechtkomt. Op dat traject kan het goed werken om af en toe – hoe paradoxaal dat misschien lijkt – ook te lezen samen met anderen en over wat je leest met elkaar in gesprek te gaan.

Het komende seizoen loopt van september 2010 tot mei 2011. Alle kringen zijn op de avond van 20.00-22.00 uur. Ze staan onder leiding van Geert Jan Blanken, Lineke Buijs en Andries Visser. Lees verder

Een website met diepgang

Wybo Wiersma (28) is de uitvinder van LogiLogi, een website die discussiëren over filosofie een stuk eenvoudiger maakt: ‘Er bestond nog geen platform dat echt geschikt was voor filosofie’.

Grappige naam LogiLogi.

 ‘De teksten op onze site noem je ‘logi’s’. De naam is afgeleid van het Griekse woord ‘logos’, wat woord, gezegde, gedachte, taal, principe, theses, en logica betekent. Logi is de meervoudsvorm van logos. Aristoteles gebruikte de term als hij verwees naar de ratio. Een meer praktische reden voor de naam is dat de domeinen logos.org en logi.org al bezet waren, terwijl logilogi.org nog vrij was.’

Wat is het verschil met andere filosofie pagina’s? 

‘LogiLogi is een filosofische discussie-site, een soort kruising tussen een internet-forum en een academisch tijdschrift. De site publiceert korte teksten, die je kunt becommentariëren en becijferen (ratings). Ook is het mogelijk het commentaar als annotatie aan de tekst te hangen. Zijn er meerdere teksten over hetzelfde onderwerp, dan toont LogiLogi degene met de hoogste rating het eerst. Verder kun je in plaats van een nieuw commentaar of antwoord, een eerder geschreven tekst invoegen. In tegenstelling tot wat bij blogs het geval is, zijn de commentaren in LogiLogi ook volwaardige teksten.’  Lees verder

Muziekfilosofie

Muziek- en filosofieliefhebbers hebben gemeen dat ze door niet-liefhebbers wel eens met de vraag worden bestookt ‘wat nu eigenlijk het nut is van muziek/filosofie’. Woensdag 16 juni kunnen beide soorten liefhebbers hun hart ophalen in het MCN Muziekcafé. In een serie over het belang van muziek (‘musicologisch en wijsgerig beschouwd’) worden Schönberg en Stravinsky door de oren van Adorno beluisterd.

Het belang van musiek op woensdag 16 juni om 20.00 uur in het MCN Muziekcafé, Rokin 111, Amsterdam.

Aanmelden

De steen

Er is een nieuw filosofenblog gelanceerd door The New York Times: The StoneBekende namen worden beloofd zoals Arthur C. Danto en Peter Singer. De blog start met een uitgebreide post van Simon Crichtley, hoogleraar filosofie in New York, maar daarnaast ook parttime hoogleraar bij de Universiteit van Tilburg. Crichtley begint zijn post met de vraag: Wat is een filosoof eigenlijk?

Nieuw blog The Stone, vanaf 16 mei online.

Authentici-tijd

Door: Bas Kok

Met de verkiezingen voor de deur is het er weer: het A-woord. De A van Authenticiteit. De tekstverwerker synoniemt termen als echtheid, waarheid en zuiverheid. De oprechte politicus die met open vizier de strijd aangaat, dat is wat de kiezer steeds belangrijker vindt. Elk verkiezingsdebat is een soort Tussen Kunst en Kitsch; de politicus die er geen doekjes om windt, is echt, degene die onduidelijk blijft een draaier. Als authenticiteit zo belangrijk is – niet alleen in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven – dan wordt het interessant om te weten hoe we deze competentie verwerven.

En daar komen we op een lastig punt. Kan een politicus zich eigenlijk wel permitteren om frank en vrij zijn persoonlijke standpunt bloot te geven? Lijsttrekkers mógen helemaal geen eigen mening geven. Ze zijn een minutieuze vertolker van het partijprogram zoals dat is opgeschreven door verschillende partijgenoten. De kans dat al die standpunten één op één gelijklopen met hun persoonlijke ideeën is klein. Toch zul je never nooit één lijsttrekker horen zeggen: ‘Ja, dat afbouwen van die hypotheekrente staat wel in ons verkiezingsprogramma, maar persoonlijk ben ik het daar dus helemaal niet mee eens.’  

Dat soort eerlijkheid is in het privéleven wellicht een mooie eigenschap, tijdens de verkiezingen kan het beter achterwege blijven. Intussen doen de politieke partijen er ook nu weer alles aan om hun lijsttrekkers in een authentiek daglicht te stellen. Of het nou de Amsterdamse Dappermarkt is of het Rotterdamse Visserijplein West, de politici gaan ‘de straat op’. Een dialoog met de burger terwijl het partijprogramma muurvast staat; niet bepaald de context waarin authentieke communicatie floreert. De gesprekjes zijn zinloze contactmomenten. Zelfs als de lijsttrekkers geconfronteerd worden met een afvallige burger die overduidelijk raaskalt, reageren ze neutraal.

Lees verder

Wie? Jij? Nee, ik.

Wie begrijpt het volgende citaat van Thomas Nagel?

‘[E]ach of us, reflecting… must admit that one very large fact seems to have been omitted from its description: the fact that a particular person in it is himself. What kind of fact is that? What kind of fact is it – if it is a fact – that I am Thomas Nagel? How can I be a particular person?… It can seem that as far as what I really am is concerned, any relation I may have to TN or any other objectively specified person must be accidental and arbitrary. I may occupy TN or see the world through the eyes of TN, but I can’t be TN. I can’t be a mere person… The experiences and the perspective of TN with which I am directly presented are not the point of view of the true self, for the true self has no point of view… Something essential about me has nothing to do with my perspective and position in the world.’

Filosoof Galen Strawson legde het citaat voor aan zijn studenten. Een derde had geen idee waar Nagel het over had, nog een derde wist het niet zo goed of aarzelde, en het overige derde deel herkende zichzelf volledig in de woorden. En jij?

Galen Strawson, ‘Syzygy’. In: London Review of Books, 25 maart 2010

Persoonlijke aanval

Laatst was ik getuige van een fraai staaltje drogreden. Plaats van handeling was het internetforum van het dagblad Trouw. De filosoof Sebastien Valkenberg beschreef in een column een sociologisch onderzoek naar ouderschap waaruit blijkt dat kinderloze werkenden meer stress hebben dan werkende ouders.

Tussen de reacties op het forum zitten een paar felle uithalen. ‘Als je werk bestaat uit het vertellen van een vrijblijvend verzonnen verhaaltje en je ondertussen je kind kunt wiegen lijkt mij dat ook heel rustgevend,’ schrijft een geëmotioneerde lezer. In de klassieke retorica noemen ze dit een drogreden of beter een ‘persoonlijke aanval’. De lezer wil de discussie winnen en omdat hij niets beters kan bedenken, gooit hij oneerlijke argumentatie in de strijd. Een drogreden is fnuikend voor elke discussie. Vermomd als relevant argument, wordt hij in een debat niet snel herkend. De persoonlijke aanval is zo’n wolf in schaapskleren: De spreker ontwijkt de inhoudelijke discussie en neemt de persoon van de tegenstander onder vuur.