In de verte zie ik Bernard staan. “Hallo!” roep ik. Hij kijkt op, kijkt me aan, maar zegt niets. “Ha!” roep ik en ik loop naar hem toe. Hij blijft me aankijken. Ziet hij niet wie ik ben? Misschien is hij wat bijziend geworden. We hebben elkaar ook al een tijd niet gezien. Misschien wel een heel jaar niet. Dan glimlacht hij. Maar het is geen herkenning, zie ik gelijk, hij doet alleen beleefd. Oh nee, hij weet niet meer wie ik ben.
“Ha,” zeg ik nog maar eens, maar nu met enige weerzin. Vlak voor hem blijf ik staan. “Ja, hallo,” zegt hij. Lichte verwondering in zijn blik en stem. Wie is dit, zie ik hem denken. Maar hij houdt zich staande. Wat moet hij anders? Hij gaat niet openlijk toegeven dat hij me vergeten is. Het wordt doen alsof. Naast hem staat een kleine vrouw. Ze kijkt wat verstoord naar me op. “Hallo,” zeg ik nu ook tegen deze vrouw. Wie is dit, denkt ook zij. Maar in haar geval lijkt het me gerechtvaardigd.
“Dit is Doenja,” zegt Bernard. Met tegenzin steekt de vrouw haar hand naar me uit. Ben ik het zoveelste vluchtige contact in haar leven? “Winnifred,” zeg ik en mijn blik dwaalt terug naar Bernard. Valt het kwartje, nu hij mijn naam hoort? Bernard kijkt me rustig, maar onderzoekend aan. Nee.
“Lekker op stap?” vraag ik zonder dat ik echt het antwoord wil weten. Laat ik hier voor ons allemaal zo snel en behoedzaam mogelijk een eind aan maken. ”Ja, ja.” zegt Bernard. “Ik ook. Vakantie. Heerlijk hoor,” zeg ik snel. “Nou, veel plezier nog,” bij wijze van afronding en ik wil verder lopen. “Ga je naar huis?” vraagt Bernard dan ineens. Ik kijk terug. Heeft hij…? Nee, hij speelt het spel gewoon goed mee. Hij heeft nog steeds geen benul. “Ja, inderdaad, naar huis,” zeg ik, “Dag hoor!” Gedecideerd loop ik weg.
Gearchiveerd onder: Column | getagged: herkenning,menselijk contact,vergeten | Reageer »